Wat is de geschiedenis van LSD therapie?
LSD (lyserginezuurdiethylamide) werd ontdekt door de Zwitserse chemicus Albert Hofmann in 1938. Hofmann werkte bij het farmaceutische bedrijf Sandoz in Basel, Zwitserland, en onderzocht stoffen afkomstig van moederkoren (een schimmel die op rogge groeit) voor mogelijke medicinale toepassingen.
Vanaf de jaren 1940 tot in de jaren 1960 werd LSD uitvoerig onderzocht als een mogelijk therapeutisch middel, voornamelijk in Europa en de Verenigde Staten. Deze vroege onderzoeken toonden aan dat LSD een groot potentieel had om psychiatrische aandoeningen te behandelen, zoals:
In de jaren '60 werd LSD populair buiten de medische wereld en begon het te worden gebruikt als recreatieve drug, vooral door de hippiebeweging. Dit leidde tot maatschappelijke bezorgdheid, waardoor onderzoek en therapie steeds controversiëler werden.
Door toenemende bezorgdheid en politieke druk werd LSD uiteindelijk verboden:
In 1966 werd LSD in de VS verboden enin 1971 werd LSD internationaal verboden en opgenomen in de VN-lijst van verboden stoffen.
Sinds ongeveer het jaar 2000 is er een hernieuwde interesse ontstaan voor LSD en andere psychedelica als therapeutische middelen. Recente onderzoeken tonen opnieuw veelbelovende resultaten voor aandoeningen als:
Deze moderne onderzoeken bevestigen vaak de eerste bevindingen uit de jaren 1950 en '60, en tegenwoordig wordt LSD opnieuw serieus genomen in wetenschappelijke en medische kringen.
De eerste LSD-onderzoeken lieten zien dat LSD in staat was diepe psychologische inzichten op te wekken en bij sommige patiënten leidde tot langdurige gedragsveranderingen. Ondanks veelbelovende resultaten werd LSD vanwege maatschappelijke en politieke redenen lange tijd buiten de medische praktijk gehouden, maar inmiddels beleeft psychedelische therapie een herwaardering met opnieuw positief en wetenschappelijk onderbouwd onderzoek.