Psilocybine is meer dan een geestverruimend middel
Psilocybine staat vooral bekend om zijn diepe invloed op bewustzijn, emoties en spiritualiteit. Toch speelt de werking van psilocybine zich niet alleen in de hersenen af. Zodra psilocybine wordt ingenomen, komt het eerst in de darmen terecht, waar het wordt omgezet in psilocine. Dit is de actieve stof die niet alleen serotonerge receptoren in de hersenen beïnvloedt, maar ook interactie aangaat met de darmwand, het immuunsysteem en het microbioom.
We schreven ook eerder dat psilocybine in pre-klinisch onderzoek ook ontstekingsremmend werkt en zelfs een rol kan spelen bij het vertragen van veroudering en het beschermen van DNA (onderzoek bij cellen in vitro en muizen). Wanneer deze effecten ook bij mensen aanwezig zijn en gecombineerd worden met een gezonde leefstijl, kan een krachtige synergie mogelijk zijn waarin geestelijke, lichamelijke en cellulaire processen elkaar versterken. We gebruiken deze wetenschappelijke inzichten dan ook om verder te borduren en te beredeneren wat de impact van psilocybine is op de microbioom. Gebruik de knoppen om meer te lezen over deze werkingsmechanismen van psilocybine.
In dit artikel leggen we je uit wat de afzonderlijke effecten van psilocybine op het microbioom, ontstekingsprocessen, veroudering en leefstijl. Verder leggen we uit hoe deze effecten elkaar beïnvloeden. Ook bespreken we de potentiële voor- en nadelen, zodat een volledig beeld ontstaat van wat psilocybine in het lichaam, met name de darmen, kan doen.
Van psilocybine naar psilocine: de eerste stop is de darm
Psilocybine is een natuurlijke verbinding die voorkomt in bepaalde paddenstoelen en truffels. Het behoort tot de groep van de tryptamines, een familie van moleculen die lijken op het lichaamseigen tryptamine en serotonine.
Wanneer iemand psilocybine inneemt, wordt dit in het maag-darmkanaal en in de lever snel omgezet naar psilocine. Deze omzetting gebeurt door enzymen die een fosfaatgroep afsplitsen – vandaar dat psilocybine ook wel de “prodrug” van psilocine wordt genoemd.
- Psilocybine = inactieve vorm (zoals het in truffels zit).
- Psilocine = actieve vorm die inwerkt op het lichaam en de hersenen.
Psilocine kan door zijn gelijkenis met serotonine binden aan serotoninereceptoren in het zenuwstelsel. In de hersenen is vooral de 5-HT2A-receptor belangrijk, omdat activatie daarvan samenhangt met de psychedelische effecten (visuele veranderingen, intensere emoties, gevoel van eenheid).
Maar psilocine blijft niet beperkt tot de hersenen: het komt ook in de darmen terecht, waar het zowel gastheercellen als micro-organismen beïnvloedt. Vergelijk ook eens de structuur tussen serotonine, psilocybine en psilocine en beeld in hoe deze stoffen op dezelfde receptoren kunnen passen door de vergelijkbare vorm.

Serotonine in de darmen: meer dan een neurotransmitter
Wat is serotonine?
Serotonine (5-hydroxytryptamine, 5-HT) is een neurotransmitter die in de hersenen een rol speelt bij stemming, slaap en impulscontrole. Maar minder bekend is dat ongeveer 90% van alle serotonine in ons lichaam in de darmen wordt geproduceerd door speciale cellen in de darmwand, de enterochromaffinecellen.
In de darm heeft serotonine verschillende functies:
- Het reguleert de peristaltiek (de knijpende bewegingen die voedsel door de darmen bewegen).
- Het beïnvloedt de gevoeligheid van de darm (pijn, druk, rek).
- Het communiceert met het immuunsysteem in de darmwand.
Het werkt als signaalstof voor microben in het darmlumen.
Serotonine als communicatie tussen mens en microbe
Micro-organismen in de darm zijn niet alleen passieve bewoners, maar staan in constante communicatie met ons lichaam. Ze kunnen stoffen produceren die de mens beïnvloeden (bijvoorbeeld vetzuren zoals butyraat), maar ze kunnen ook menselijke stoffen herkennen en erop reageren.
Serotonine is zo’n signaalstof. Sommige bacteriën hebben specifieke eiwitten waarmee ze serotonine kunnen detecteren en hun gedrag daarop aanpassen. Psilocine, dat sterk lijkt op serotonine, kan waarschijnlijk via dezelfde mechanismen effect uitoefenen.
Welke micro-organismen reageren op serotonine (en mogelijk psilocine)?
Er zijn twee manieren bekend waarop micro-organismen in de microbioom de hoeveelheid serotonerge stoffen zoals serotonine en de vergelijkbare stof psilocine kunnen meten en erop reageren. Dit gaat via het CpxA/CpxR-systeem bij bacteriën en via het LasR-systeem.
Het CpxA/CpxR-systeem
Het CpxA/CpxR-systeem is een zogenaamd tweecomponentensysteem dat veel voorkomt bij Gram-negatieve bacteriën zoals Escherichia coli en Salmonella. CpxA is een membraangebonden sensor die veranderingen in de omgeving waarneemt. Wanneer serotonine of mogelijk ook psilocine (meer onderzoek nodig) bindt aan CpxA, verandert de signaaloverdracht naar de regulator CpxR. Hierdoor worden genen die betrokken zijn bij virulentie (het ziekmakende vermogen van een bacterie) onderdrukt. Het resultaat is dat de bacterie zich minder goed kan hechten, minder toxines produceert en zich minder agressief gedraagt in de darm. Op die manier kan een verhoogde aanwezigheid van serotonerge stoffen een beschermend effect hebben tegen overmatige bacteriële belasting.
Betrokken micro-organismen:
- Escherichia coli: De bekendste darmbewoner: meestal onschuldig, maar sommige stammen veroorzaken diarree, urineweginfecties of zelfs bloedvergiftiging. Via CpxA/CpxR reageren ze op serotonine/psilocine met lagere virulentie.
- Salmonella enterica: Verantwoordelijk voor voedselvergiftiging en tyfus. Via CpxA kan serotonine de activiteit van zogeheten virulentie-eilanden afremmen, waardoor de bacterie zich minder goed kan verspreiden.
- Shigella spp: Veroorzaken bloederige diarree (shigellose). Hoewel minder goed onderzocht, is de verwachting dat serotonine ook hier de virulentie afremt.
- Yersinia spp: Bekend van de pest (Y. pestis), maar ook darminfecties (Y. enterocolitica). Het CpxA-systeem wordt beïnvloed door serotonine, waarschijnlijk met remmende effecten op ziekteverwekkend gedrag.
- Klebsiella pneumoniae: Normaal aanwezig in de darm, maar bij verzwakte mensen kan het longontstekingen of sepsis veroorzaken. CpxA/CpxR helpt deze bacterie stresssignalen te verwerken; serotonine verlaagt de virulentie.
- Enterobacter spp: Veel voorkomende darmcommensalen die meestal onschuldig zijn. Ze kunnen bij zwakke afweer wel infecties geven. Ook hier werkt serotonine waarschijnlijk dempend op virulentie.
- Citrobacter spp: Vergelijkbaar met Enterobacter: aanwezig in de darm, soms opportunistische infecties. CpxA maakt ze gevoelig voor serotonine, waardoor ze minder agressief worden.
Het LasR-systeem
Het LasR-systeem wordt vooral gebruikt door Pseudomonas aeruginosa, een opportunistische bacterie. LasR is onderdeel van een quorum-sensing mechanisme: een manier waarop bacteriën met elkaar communiceren om hun gedrag af te stemmen zodra ze in grote aantallen aanwezig zijn. Normaal bindt LasR aan auto-inducer moleculen die bacteriën zelf maken, maar uit onderzoek blijkt dat serotonine dit systeem in P. aeruginosa kan activeren. Dit leidt tot een toename van virulentie: de bacteriën maken meer biofilm (een beschermende slijmlaag), produceren meer schadelijke enzymen en worden agressiever. Voor psilocine, dat sterk lijkt op serotonine, is dit nog niet direct onderzocht maar wel aannemelijk.
Betrokken micro-organismen:
- Pseudomonas aeruginosa: Een opportunistische pathogeen die voorkomt in darm, huid en longen en vooral gevaarlijk is bij verzwakte mensen. Via het LasR-systeem reageert deze bacterie op serotonine met een verhoging van de virulentie. Er wordt meer biofilm gevormd en er komen meer schadelijke enzymen vrij, waardoor infecties ernstiger en moeilijker te bestrijden worden. Voor psilocine wordt een vergelijkbaar effect vermoed, maar dit moet nog bevestigd worden.
- Pseudomonas fluorescens: Meestal een relatief onschuldig organisme, maar kan in bepaalde omstandigheden opportunistisch pathogeen worden. Deze soort beschikt over LasR-homologen en zou in theorie vergelijkbaar kunnen reageren, maar dit is nog niet overtuigend aangetoond.
- Burkholderia cepacia complex: Bekend als veroorzaker van hardnekkige infecties bij mensen met taaislijmziekte. Deze bacteriegroep heeft meerdere quorum-sensing regulatoren die verwant zijn aan LasR. Het is denkbaar dat serotonine of psilocine hierop effect heeft, maar harde onderzoeksresultaten ontbreken.
- Acinetobacter baumannii: Een belangrijke veroorzaker van ziekenhuisinfecties, vooral in luchtwegen, urinewegen en wonden. Ook deze bacterie heeft LasR-achtige regulatoren, maar of serotonine of psilocine hier daadwerkelijk de virulentie verhoogt, is nog niet overtuigend bewezen.
Netto effect op de microbioom
Dit stuk over het nette effect van psilocybine op de microbioom is een hypothese vanuit ons, gebaseerd op extrapolatie van onderzoeken naar psilocybine op menselijke cellen, dieren. Dit blijft voorlopig nog een hypothese omdat de directe effecten van psilocybine op de samenstelling van het menselijke microbioom zijn (nog) niet overtuigend aangetoond middels wetenschappelijke onderzoeken.
Aan de ene kant kan psilocine een gezondheidsvoordeel betekenen. Bij bacteriën die gebruikmaken van het CpxA/CpxR-systeem, zoals Escherichia coli, Salmonella en Klebsiella pneumoniae, leidt de binding van serotonine of psilocine tot een verlaging van de virulentie. Dat betekent dat deze bacteriën zich minder goed hechten aan de darmwand, minder toxines produceren en zich rustiger gedragen. Voor de gastheer kan dit positief zijn, omdat de belasting op het immuunsysteem afneemt en de kans op ontstekingen kleiner wordt. Ook gisten zoals Candida albicans reageren gunstig: serotonine en waarschijnlijk ook psilocine remmen de overgang naar de agressieve hyfevorm en beperken zo het risico op overgroei.
Aan de andere kant kan psilocine ook een ongunstig effect hebben. Bacteriën die gebruikmaken van het LasR-systeem, zoals Pseudomonas aeruginosa, reageren mogelijk juist met een verhoging van de virulentie. Onder invloed van serotonine en psilocine gaan ze meer biofilm vormen en schadelijke enzymen produceren. Dit maakt ze lastiger te bestrijden en kan, vooral bij mensen met een verzwakt immuunsysteem of een verstoord microbioom, tot meer ontsteking en klachten leiden. Ook andere bacteriën met LasR-achtige systemen, zoals Burkholderia cepacia en Acinetobacter baumannii, laten vergelijkbare reacties zien.
Het is daarom duidelijk dat psilocine niet eenduidig “goed” of “slecht” is voor de darmflora. Het effect hangt af van de aanwezige micro-organismen en de balans in het microbioom. Bij gezonde mensen met een stabiele darmflora kunnen de gunstige effecten de boventoon voeren, terwijl bij mensen met veel opportunistische bacteriën de ongunstige effecten merkbaarder kunnen zijn.
Toch moet dit ook weer in perspectief worden geplaatst. Een psilocybine-ervaring duurt gemiddeld zes uur. Dat betekent dat de blootstelling van microben aan psilocine relatief kort is. Voor de meeste micro-organismen zal de impact tijdelijk zijn en niet blijvend de samenstelling van de darmflora veranderen. Hoogstens kan er tijdens en kort na de sessie sprake zijn van versterkte of verzwakte activiteit, die daarna weer afneemt zodra het middel uit het lichaam verdwijnt.
Samengevat: psilocybine kan in theorie bij sommige microben bijdragen aan een minder ziekmakend gedrag, wat positief is voor de gezondheid, terwijl het bij andere microben juist een stimulerend effect kan hebben dat tijdelijk nadelig is. Gezien de korte duur van een sessie is de impact op het microbioom waarschijnlijk beperkt. Verder onderzoek moet duidelijk maken wat de exacte invloed is van psilocine op het LasR-syteem en CpxA/CpxR-systeem. Wij hopen en verwachten dat het effect op CpxA/CpxR-systeem groter is dan op het LasR-systeem, dit zou namelijk de positieve effecten van psilocybine op blijvende gemoedstoestandsverbeteringen beter verklaren.
Psilocybine, microbioom, ontsteking, veroudering en leefstijl: één verbonden geheel
Wanneer we de verschillende effecten van psilocybine naast elkaar leggen, ontstaat een duidelijk patroon: het microbioom is de spil die alles met elkaar verbindt. De invloed van psilocybine op microben in de darmen werkt namelijk door op ontstekingsprocessen, celveroudering en zelfs op het vermogen om gezonde leefstijlkeuzes te maken en vol te houden.
Een van de belangrijkste effecten in de darmen is dat psilocybine bij veel micro-organismen via het CpxA/CpxR-systeem de virulentie verlaagt. Dit geeft het immuunsysteem letterlijk rust en zorgt voor een lagere ontstekingsdruk.
Minder ontsteking in de darmen vertaalt zich in een gezondere microbioomomgeving. Een rustigere darmflora produceert meer beschermende stoffen zoals korte-keten vetzuren, die op hun beurt de darmwand versterken en ontstekingen verder remmen. Deze cascade werkt door naar de rest van het lichaam: lagere ontstekingsniveaus betekenen minder schade aan cellen en DNA. Chronische ontsteking is immers een belangrijke versneller van veroudering, onder meer doordat het telomeren, de beschermkapjes op ons DNA, sneller doet verkorten. Door ontsteking te remmen en cellulaire stress te verminderen, kan psilocybine indirect bijdragen aan gezond ouder worden.

Daarmee ontstaat een synergetisch geheel: het microbioom beïnvloedt ontsteking, ontsteking beïnvloedt veroudering, en psilocybine (psilocine) grijpt in op al deze niveaus tegelijk. De psychologische werking van psilocybine speelt hierin ook een rol. Tijdens een sessie krijgen mensen vaak nieuwe inzichten en meer motivatie om gezonder te leven. Die gedragsverandering heeft directe gevolgen voor het microbioom: een vezelrijker dieet, meer beweging, betere slaap en minder stress versterken de darmflora, wat de ontstekingsremmende en anti-verouderingseffecten van psilocybine verder ondersteunt.
Zo vormt psilocybine een brug tussen geest en lichaam. In de darm beïnvloedt het microben en ontstekingsniveaus; in de hersenen opent het ruimte voor nieuwe patronen en gedragskeuzes. Beide routes versterken elkaar via de microbiota–gut–brain-as. Uiteindelijk ontstaat een vicieuze cirkel van positieve verandering: een rustiger microbioom leidt tot minder ontsteking, wat celveroudering vertraagt en de weg vrijmaakt voor duurzame leefstijlverbeteringen, die op hun beurt het microbioom verder versterken.
Conclusie en bronnen
De mogelijke positieve effecten van psilocybine op het microbioom staan niet op zichzelf. Ze vormen het startpunt van een kettingreactie die doorwerkt in ontsteking, veroudering en gedrag. Het is deze holistische samenhang die verklaart waarom psilocybine niet alleen geestelijke verlichting kan brengen, maar ook tastbare fysieke gezondheidsvoordelen zou kunnen hebben.
Tegelijkertijd is het belangrijk te benadrukken dat veel van deze bevindingen tot nu toe vooral uit preklinisch onderzoek (cellen en muizen) komen. Grootschalig en langdurig onderzoek bij mensen is nog nodig om te bevestigen in hoeverre psilocybine daadwerkelijk ontstekingsremmend, verouderingsremmend of microbiome-modulerend werkt.

Wat al wel duidelijk is, is dat psilocybine een krachtige brug vormt tussen geest en lichaam. Het kan inzichten en motivatie geven om gezonder te leven, en juist die leefstijlveranderingen hebben een bewezen positief effect op de darmflora, ontsteking en veroudering. Zo ontstaat een synergie tussen psychologische, biologische en leefstijlprocessen.
Deze blog is gebaseerd op onze eigen artikelen en inzichten, aangevuld met wetenschappelijke bronnen. Via de knoppen hieronder vind je meer informatie over de fysieke effecten van psilocybine, het onderzoek waar we naar verwijzen en de mogelijkheid om je aan te melden voor psilocybine therapie.